Bron: Woonbond
Een van de grootste particuliere verhuurders van Nederland, Vesteda, werkt huurders tegen, blijkt uit onderzoek van NRC. Huurdersverenigingen hebben vaak niet de inspraak die de Overlegwet voorschrijft.

Bewoners en leden van bewonerscommissies en huurdersbelangenverenigingen van zeven Vesteda-complexen spraken met NRC over hun contact met de verhuurder. Vesteda is in de correspondentie ‘onnodig formalistisch’ en erop gebrand om te voorkomen dat huurders een belangenvereniging oprichten, bleek daaruit.
Huurders in de clinch met verhuurder
Op meerdere plekken liggen huurders juridisch in de clinch met de vastgoedbelegger. HBV Detroit uit Amsterdam inmiddels al zes jaar. Vesteda wilde de huurdersbelangenvereniging pas na een verloren procedure bij het gerechtshof erkennen. HBV eiste afgelopen maandag voor de rechter een vergoeding van 40.000 euro van Vesteda voor de gemaakte kosten.
Informeel overleg werkt beter
Ook een huurdersvereniging uit Velserbroek ervaart dat Vesteda zich niet aan de Overlegwet houdt. ‘Ze eisen notulen op, claimen dat wij niet volgens onze statuten werken en weigeren de kleine kostenvergoeding waar wij als huurdersvereniging recht op hebben,’ zegt de voorzitter in het artikel in NRC. Volgens een lid van een klankbordgroep van Vesteda-complex in Amsterdam werkt informeel overleg wel, ‘zonder al die wettelijke rechten en plichten’.
Overlegwet geeft noodzakelijke zeggenschap
‘Meepraten gaat vaak nog wel, maar naarmate het serieuzer wordt en huurdersverenigingen zich beter organiseren, zie je dat verhuurders in de commerciële sector het minder prettig beginnen te vinden’, reageert Mathijs ten Broeke van de Woonbond. ‘Een kwalijke zaak, want de Overlegwet is er niet voor niets. De regels voor overleg tussen huurders en verhuurder geven huurders noodzakelijke zeggenschap over wat er met hun woning en woonomgeving gebeurt.’