Op het wekelijks woonspreekuur van de BAH/Wij weigeren de huurverhoging krijg ik vaak verhalen van huurders te horen over de inkomensafhankelijke huurverhoging. Het wordt als erg onrechtvaardig ervaren en het gaat vaak maar om enkele duizenden euro’s boven het bruto normbedrag. Hieronder enkele verhalen, de namen zijn verandert.
Cor woont al vele jaren op een sociale huurwoning van 60 m2. Hij heeft een AOW uitkering met een klein pensioentje. Gezien zijn inkomen heeft hij huurtoeslag. Door omstandigheden kwam zijn zoon met kleinzoon op straat te staan. Hij heeft ze in huis genomen en ze staan nu ingeschreven op zijn adres. De inkomens worden bij elkaar opgeteld en zodoende komt Cor in aanmerking voor inkomensafhankelijke huurverhoging. Hij betaalt al 200 Euro meer per maand als zijn oorspronkelijke huur en elk jaar komt er 100 Euro per maand bij.
Willem woont in een sociale huurwoning zijn twee dochters hebben een baan en wonen niet meer thuis. Door antikraak en/of onderhuur kunnen ze zich niet inschrijven op hun woning en staan nog bij hun ouders ingeschreven, toch kreeg hij 100 Euro huurverhoging door de inkomensafhankelijke huur.
Karin heeft altijd als decor bouwster gewerkt voor theaterproducties als zzp`er. Ze zat net boven het minimumloon. Nu heeft ze alleen AOW. Haar zoon van 31 heeft een baan maar verdient te weinig om in de vrije sector te huren. Hij woont nog thuis en de inkomens worden bij elkaar opgeteld. De huur is over twee jaar al met 100 Euro gestegen.
Martin heeft jaren als verpleger gewerkt en is nu met pensioen. Omdat er een tekort in de zorg is wilde hij voor een aantal dagen weer gaan werken. Martin dacht dat de inkomensafhankelijke huurverhoging niet voor gepensioneerden gold. Dit was inderdaad het geval in het begin, helaas is dat niet meer zo. Tot zijn verbazing kreeg hij toch een inkomensafhankelijke huurverhoging. Martin is gestopt als verpleger. Hij beschouwd het als een boete op werk.
Peter is docent wiskunde en heeft een lichte beroerte gehad, waarschijnlijk zal hij niet meer of minder kunnen werken. Zijn zoon werkt in de ICT, de laatste tijd veel in Spanje op verschillende adressen. Een soort zwervend bestaan en verdient goed. Hij staat nog bij zijn vader ingeschreven. De inkomens worden bij elkaar opgeteld en hij moet nu 100 Euro per maand extra betalen. Sinds kort is hij met pensioen en zal nog minder te besteden hebben, de huur zal volgend jaar weer met een vergelijkbaar bedrag stijgen.
Veel huurders ervaren de inkomensafhankelijke huurverhoging als onrechtvaardig. Het is zelfs een overweging bij veel mensen om officieel niet samen te gaan wonen en de eigen woning aan te houden. Uiteraard speelt soms ook de overweging om als de relatie stuk loopt niet op straat te komen staan. Amsterdam kent een wachttijd voor een sociale huurwoning van ongeveer 16 jaar.
Een ander probleem is dat kinderen worden uitgeschreven en zo spookburgers worden om de toeslagen en inkomensafhankelijke huurverhoging niet mis te lopen.
Momenteel overweegt de huidige D66 minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Elanor Boekholt-O`Sullivan de inkomensafhankelijke huurverhoging verplicht te stellen voor alle corporatie woningen.
Landelijk maken ongeveer de helft van de woningbouwcorporaties hier geen gebruik van omdat ze de onrechtvaardigheid hiervan inzien. In Amsterdam passen alle woningcorporaties de inkomensafhankelijke huurverhoging al wel toe.
De inkomensafhankelijke huurverhoging brengt naast de toenemende energiekosten, afvalstoffen heffing enz steeds meer gezinnen in de financiële problemen. Als je een inkomensafhankelijke huurverhoging hebt, heb je geen recht meer op toeslagen.
Winfried Jansen op de Haar
Bestuurder BAH